Individuele pensioentoezegging voor de bedrijfsleider

Ik heb in mijn vorige artikel gesproken over de vrij aanvullende pensioenvoorziening voor de bedrijfsleider. In dit artikel ga ik dieper ingaan over de individuele pensioentoezegging voor de bedrijfsleider. De premie van deze verzekering wordt betaald door de vennootschap en de verzekerde is de bezoldigde zelfstandige bedrijfsleider van de betrokken vennootschap.

De bedrijfsleider is ook onvoorwaardelijk en rechtstreeks de begunstigde van het contract. Bij bijvoorbeeld een faillissement of zware fout, zal de uitkering van de spaartegoeden op de rekening van de bedrijfsleider gebeuren.

In een IPT contract zijn er 2 standaardwaarborgen opgenomen. Namelijk een waarborg voor het pensioen en een waarborg voor overlijden. De laatste waarborg wordt dikwijls over het hoofd gezien en het is zeer belangrijk om een simulatie te maken.

Voor wie is deze dekking bedoeld ?IPT

Deze verzekering wordt onderschreven door een vennootschap voor de zelfstandige bedrijfsleider. Een voorwaarde hiervoor is wel degelijk dat de bedrijfsleider wel regelmatig zichzelf een maandelijkse bezoldiging toekend of betaald.

De 80%-regel

Ik heb in mijn vorig artikel reeds gesproken  over de 80% regel.  Om een maximale premie met recht op een belastingvoordeel te hebben is er de toepassing van de 80% regel. De definitie van deze regel is als volgt:

alle verzekerde kapitalen bij pensioen samen uitgedrukt in jaarrenten en inclusief winstdeelname ( wettelijke pensioenen + extrawettelijke pensioenen), met uitsluiting van de individuele levensverzekering en het pensioensparen, mogen niet meer bedragen dan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging, rekening houdend met de normale duur van de beroepsactiviteit (40 jaar)

Met andere woorden: de premie overeenkomstig het resultaat van bovenstaande regel, is integraal aftrekbaar door de vennootschap.

De IPT verzekering wordt vaak gebruikt om aan fiscale optimalisatie te doen. Hieronder kunnen belangrijke punten worden teruggevonden waar rekening mee dient worden gehouden, nl de bezoldiging en de loopbaan binnen en buiten de vennootschap. Hier ga ik niet dieper op ingaan, maar kan er altijd contact worden genomen om eventueel bijkomende vragen te beantwoorden, gezien dit artikel te uitgebreid wordt.

 Wanneer wordt er uitgekeerd ?

Op de leeftijd van 60 of 65 jaar wordt er uitgekeerd. Het kan uiteraard zoals bij de VAPZ, eerder worden opgevraagd (afgekocht) indien het mandaat in de vennootschap wordt neergelegd. Indien er voor de leeftijd van 60 jaar wordt afgekocht, dan zal er een hoge fiscale penalisatie worden toegepast.  Vroeger afkopen kan om dezelfde redenen als bij de VAPZ,  nl; voor de aankoop van en onroerende goed.

Hoe wordt deze uitkering belast ?

Door de verzekeraar wordt er door de verzekeraar enkele inhoudingen gedaan.

in eerst instantie wordt op het volledige bedrag van de uitkering een RIZIV-bijdrage (3,55%) en een solidariteitsbijdrage (tussen 0 en 2%) ingehouden.

Op het gegarandeerd kapitaal verminderd met deze 2 inhoudingen, wordt er een eenmalige taxatie gedaan van 16,5 % tenminste indien de uitkering gebeurd na 60 jaar. Indien deze vroeger wordt opgevraagd wordt deze marginaal belast. (deze percentages worden niet ingehouden op de toegekende winstdeelname, die buiten de eindbelasting valt)

Ten slotte zal het jaar nadien via de personenbelasting nog een verrekening gebeuren voor de gemeentelijke opcentiemen op de reeds aangerekende belastingen.

Mijn advies is dan ook om een fiscale optimalisatie te doen en een zo hoog mogelijk rendement te halen. Dit kan uiteraard door een correcte combinatie te bekomen tussen de VAPZ en de IPT en het gewaarborgd inkomen. Hiervoor is het best om een specialist in te schakelen, gezien indien de 80% regel niet wordt gevolgd er met verworpen kosten kan worden gewerkt en dit is uiteraard te vermijden.

Indien nog vragen, contacteer mij en schrijf u in op mijn maandelijkse nieuwsbrief.

Kris Rottiers, de verzekeringsfluisteraar.